Bijen herkennen – bijen tellen

Aanstaand weekend, op 13 en 14 april, zijn er weer de officiële bijenteldagen. (Zie ook het bericht van 27 februari.) Wil je meedoen en bijdragen aan de landelijjke bijentelling? Tel dan een half uur bij zonnig en droog weer aan de hand van dit formulier.
Voer de resultaten in op: nederlandzoemt.nl/bijentelling

Hieronder een bijdrage van Ed Split, coordinator Natuurlijk Tuinieren, over:

Workshop bijenherkenning en de Nationale bijenteldagen 2019
Ook dit jaar hebben we weer een uitnodiging van Naturalis ontvangen voor een workshop bijen herkennen op 7 april in de Hortus te Leiden. Een vijftal-leden van onze werkgroep natuurlijk tuinieren hebben hieraan meegedaan.

Yuri Matteman, hoofd educatie van Naturalis, benadrukte het belang van de bijenteldagen en van de wilde bijen voor de bestuiving van o.a. groenten, fruit en bloemen.

Hierna werden we door Vincent Kalkman, expert van EIS kenniscentrum bijgepraat over de verschillende soorten bijen, hommels en zweefvliegen. Hij memoreerde nog dat de provincie Zuid-Holland in 2018 het hoogst had gescoord met 3042 tellingen.

Na een uitgebreide uitleg over de diverse soorten bijen, hommels en zweefvliegen zijn we in groepjes van zeven personen de tuin van Naturalis ingegaan om aan de hand van herkenningskaarten te proberen onze opgedane kennis in de praktijk te brengen en dat was nog niet zo eenvoudig. Er was bewust gekozen om de workshop vroeg in het jaar te organiseren, want in de zomerperiode zijn er veel actief en kan je door de hoeveelheid van de soorten ze nauwelijks meer herkennen.

In Nederland zijn 358 soorten bijen bekend, waarvan de honingbij het bekendste is. De meeste bijen leven, anders dan de honingbij, alleen. De solitaire bijen leveren ons geen honing op, maar zijn wel belangrijke bestuivers.

Om het onderscheid tussen een bij, een hommel en een zweefvlieg te kunnen zien, is het handig om op de vleugels te letten: bijen en hommels hebben vier vleugels en een zweefvlieg heeft er twee. Je kunt ook naar de lengte van de voelsprieten op de kop kijken, bijen en hommels hebben lange sprieten, zweefvliegen meestal korte. Bij honingbijen en metselbijen is er ook een goed herkenningspunt, honingbijen zijn te herkennen aan het stuifmeel aan hun poten en de metselbijen vervoeren het stuifmeel onder hun buik.

Om drie uur stond er in de grote kas een borrel en een hapje klaar en kon er gezellig worden bijgepraat over de opgedane kennis. En nu gaan we tijdens de officiële bijenteldagen op 13 en 14 april a.s. de juiste bijen, hommels en zweefvliegen proberen te spotten, waarbij we de tip meekregen ”als je het niet zeker weet” geef dan op: bij onbekend.