CENTRALE WACHTLIJST
Begripsomschrijvingen
Artikel 1
De Centrale Wachtlijst is een lijst, waarop de gegadigden voor een volkstuin, die dit aan de Haagse Bond van Volkstuindersverenigingen (hierna te noemen de Bond) hebben kenbaar gemaakt en aan de daarvoor gestelde voorwaarden hebben voldaan, in chronologische volgorde worden geregistreerd.
Artikel 2
Kandidaatvolkstuinders zijn natuurlijke personen, die aan het bestuur van de Bond schriftelijk te kennen hebben gegeven lid te willen worden van een bij de Bond aangesloten volkstuindersvereniging en op de centrale wachtlijst zijn geplaatst.
Toelating kandidaatvolkstuinders
Artikel 3
Plaatsing op de centrale wachtlijst is alleen mogelijk indien de kandidaat aan de volgende voorwaarden voldoet:
a. in staat is zelf een tuin te onderhouden;
b. bereid en in staat is de door een volkstuindersvereniging verplicht gestelde werkbeurten zelf uit te voeren;
c. geen echtgeno(o)t(e) of vaste relatie (niet bedoeld eigen-, stief- of pleegkind) is van een lid van een volkstuindersvereniging;
d. niet geroyeerd is bij een volkstuindersvereniging;
e. de eerste jaarlijks verplicht gestelde bijdrage heeft voldaan.
Artikel 4
1. Het bestuur van de Bond beslist omtrent de plaatsing van de gegadigde op de centrale wachtlijst.
2. Het bestuur van de Bond is verplicht de eerstvolgende Algemene Vergadering van de Bond te informeren omtrent die gevallen, waarin door haar plaatsing van een gegadigde op de centrale wachtlijst is geweigerd, alsmede omtrent de motieven die daartoe hebben geleid. De Algemene Vergadering kan alsnog tot plaatsing van de gegadigde op de centrale wachtlijst besluiten.
3. De weigering tot plaatsing van een gegadigde op de centrale wachtlijst wordt de betrokkene, met vermelding van de motieven, schriftelijk medegedeeld.
Aanvang kandidaatvolkstuinderschap en rangorde
Artikel 5
1. Het kandidaatvolkstuinderschap vangt aan nadat de door de gegadigde verschuldigde jaarlijkse bijdrage voor het eerste jaar is ontvangen door de penningmeester van de Bond.
2. De rangorde op de centrale wachtlijst wordt bepaald door het tijdstip van ontvangst van de eerste in lid 1 bedoelde jaarlijkse bijdrage. Deze bepaling is ook van toepassing bij herplaatsing op de centrale wachtlijst van kandidaatleden van de bij de Bond aangesloten volkstuindersverenigingen.
Rechten kandidaatvolkstuinders
Artikel 6
Kandidaatsvolkstuinders hebben recht op:
a. het uitspreken van een voorkeur voor één of meerdere verenigingen waar zij te zijner tijd als (kandidaat)lid wensen te worden ingeschreven;
b. het volgen van cursussen en dergelijke die door, vanwege of in samenwerking met de Bond worden georganiseerd, onder dezelfde voorwaarden die gelden voor (kandidaat) leden van de aangesloten verenigingen;
c. inzage van de in artikel 1 bedoelde centrale wachtlijst van de Bond, tijdens voorlichtingsbijeenkomsten die tenminste eenmaal per jaar door de Bond worden belegd;
d. beroep op de Algemene Vergadering van de Bond inzake geschillen verband houdende met het kandidaatvolkstuinderschap, waarbij de kandidaatvolkstuinder desgewenst zijn standpunt mag toelichten;
e. toezending van het door het Algemeen Verbond van Volkstuindersverenigingen in Nederland uitgegeven tijdschrift.
Verplichtingen kandidaatvolkstuinders
Artikel 7
1. Kandidaatvolkstuinders hebben ten aanzien van de Bond de navolgende verplichtingen:
a. het jaarlijks voor 15 december van het jaar, voorafgaande aan het nieuwe verenigingsjaar, betalen van de aan de Bond verschuldigde bijdrage;
b. het schriftelijk op de hoogte stellen van het secretariaat van de Bond van zijn/haar adreswijziging en/of het niet meer voldoen aan de in artikel 3 van dit reglement gestelde voorwaarde voor plaatsing op de centrale wachtlijst;
c. het naleven van de bepalingen van dit reglement.
2. De betaling van het onder a. bedoelde verschuldigde bedrag dient te geschieden door overmaking op de girorekening van de penningmeester van de Bond.
3. De hoogte van de in lid 1 a bedoelde bijdrage wordt jaarlijks door de Algemene Vergadering van de Bond vastgesteld.
Einde kandidaatvolkstuinder
Artikel 8
1. Het kandidaatvolkstuinderschap eindigt:
a. door kandidaatlid te worden van een bij de Bond aangesloten volkstuindersvereniging;
b. door overlijden van de kandidaatvolkstuinder;
c. door opzegging door de kandidaatvolkstuinder;
d. door opzegging namens de Bond.
2. In het geval als bedoeld in het eerste lid onder a. wordt op verzoek van een bij de Bond aangesloten vereniging de op de centrale wachtlijst voorkomende kandidaatvolkstuinders, die hun voorkeur hebben uitgesproken voor die vereniging, volgens de rangorde van de centrale wachtlijst, afgevoerd van de centrale wachtlijst en overgeschreven naar de verenigingswachtlijst (is kandidaatledenlijst van de vereniging).
3. In het geval als bedoeld in het eerste lid onder b. heeft bij overlijden van een kandidaatvolkstuinder de partner die voldoet aan het gestelde in artikel 5 lid 3 van de statuten, het recht het kandidaatvolkstuinderschap op hem/haar te doen overgaan. Het kandidaatvolkstuinderschap gaat over indien de partner dit wenst en de betaling van de jaarlijkse bijdrage zonder onderbreking voortzet. Ook personen, niet bedoeld eigen-, pleeg- of stiefkinderen, die in een bepaalde vaste relatie tot een kandidaatvolkstuinder staan en als zodanig staan geregistreerd bij de Bond, kunnen bij overlijden van de kandidaatvolkstuinder het kandidaatvolkstuinderschap overnemen indien de betaling van de jaarlijkse bijdrage zonder onderbreking wordt voortgezet.
4. In geval als bedoeld in het eerste lid onder b. kan opzegging van het kandidaatvolkstuinderschap door de kandidaatvolkstuinder gedurende het gehele verenigingsjaar geschieden met dien verstande dat geen restitutie van de betaalde jaarlijkse bijdrage plaatsvindt.
5. In het geval als bedoeld in het eerste lid onder d. kan opzegging van het kandidaatvolkstuinderschap namens de Haagse Bond door het bestuur van de Bond geschieden wanneer een kandidaat heeft opgehouden aan de vereisten, door dit reglement voor het kandidaatvolkstuinderschap gesteld, te voldoen, alsook wanneer redelijkerwijs van de Bond niet gevergd kan worden het kandidaatschap te laten voortduren.
6. De opzegging dient schriftelijk te geschieden.
Rangorde bij nieuwe permanente tuinen
Artikel 9
1. Voor het in gebruik nemen van tuinen op nieuwe volkstuincomplexen met een permanent karakter, komen achtereenvolgens in aanmerking:
a. leden van volkstuindersverenigingen waarvan het complex een tijdelijk karakter heeft;
b. leden van de overige aangesloten volkstuindersverenigingen;
c. kandidaatleden van aangesloten volkstuindersverenigingen;
d. kandidaatvolkstuinders van de centrale wachtlijst.
2. Voor het in gebruik nemen van tuinen, in geval van uitbreiding van een bestaand complex met een permanent karakter, komen achtereenvolgens in aanmerking:
a. indien de uitbreiding minder bedraagt dan 5 % van het bestaande aantal tuinen van de vereniging:
- de kandidaatleden van de betreffende volkstuindersvereniging;
- de kandidaatvolkstuinders van de centrale wachtlijst;
b. indien de uitbreiding meer bedraagt dan 5% van het bestaande aantal tuinen van een vereniging:
- leden van volkstuindersverenigingen waarvan het complex een tijdelijk karakter heeft;
- de kandidaatleden van de betreffende volkstuindersvereniging.
3. Voor zowel de leden, de kandidaatleden, als de kandidaatvolkstuinders genoemd in de leden 1 en 2 van dit artikel geldt een chronologische volgorde, welke uitgaat van de datum van ingang van het kandidaatvolkstuinderschap.
Verhuizing van leden
Artikel 10
1. Leden van een bij de Bond aangesloten vereniging die zijn verhuisd binnen de gemeenten waarin een volkstuindersvereniging is gevestigd die is aangesloten bij de Haagse Bond, kunnen ter verkrijging van het lidmaatschap van een bij de Bond aangesloten volkstuindersvereniging in de omgeving van hun nieuwe woonadres, zich schriftelijk wenden tot de Bond, onder overlegging van de officiële bewijsstukken van deze verhuizing. De bond plaatst deze leden dan op de centrale wachtlijst voor kandidaatvolkstuinders. De duur van het lidmaatschap bij de vereniging die zal worden verlaten, wordt volgens de percentages vermeld in onderstaand overzicht, meegerekend bij het bepalen van de rangorde op de centrale wachtlijst.
2. In rekening te brengen duur van het lidmaatschap bij de te verlaten vereniging. Bij overgang van:
- een tijdelijk naar een vast complex 0%
- een tijdelijk naar een tijdelijk complex 60%
- een vast naar een vast complex 60%
- een vast naar een tijdelijk complex 80%.
3. Bij verenigingen die over zowel een vast als een tijdelijk complexdeel beschikken, wordt een wachtlijst aangehouden voor leden die van het tijdelijke deel naar het vaste deel willen verhuizen, een zogenaamde "interne wachtlijst". Wanneer een lid dat is verhuisd voorkeur uitspreekt voor een dergelijke vereniging wordt laatstgenoemde interne wachtlijst gekoppeld aan de centrale wachtlijst voor kandidaatvolkstuinders.
4. Met inachtneming van de duur van het lidmaatschap bij de te verlaten vereniging en bovenstaande percentages, wordt de rangorde van het verhuisde lid op deze totaallijst bepaald. In dit geval is het dus mogelijk dat een verhuisd lid een plaats inneemt op de interne wachtlijst tussen de leden van de betreffende vereniging die van het tijdelijke deel naar het vaste deel willen verhuizen.
5. Zoals ook geldt voor het algemene gedeelte van deze regeling, kan het verhuisde lid zijn oude tuin aanhouden tot het tijdstip waarop hij in aanmerking komt voor een tuin op het vaste deel van het complex van de ontvangende vereniging. Voor het vaststellen van het te hanteren percentage wordt er van uitgegaan dat in dit geval naar een vast complex wordt verhuisd.
6. Overigens zijn op de overgang alle regels van de wachtlijstregeling en de taxatieregeling, voorzover van toepassing, van kracht. Alvorens een lid voor toepassing van deze regeling in aanmerking komt, dient hij twee jaar lid van de te verlaten vereniging te zijn.
Weigeren van het (kandidaat)lidmaatschap
Artikel 11
De kandidaatvolkstuinder kan eenmaal het (kandidaat)lidmaatschap van een aangesloten volkstuindersvereniging weigeren. Weigert de kandidaatvolkstuinder zonder aanvaardbare en
geldige reden voor de tweede maal het (kandidaat)lidmaatschap van een aangesloten volkstuindersvereniging dan is artikel 8 lid d. van toepassing, hetgeen inhoudt dat de betrokkene
van de centrale wachtlijst wordt afgevoerd.
Kinderen van leden
Artikel 12
1. Ten aanzien van de categorie kandidaatvolkstuinders die bestaat uit kinderen van leden van bij de Bond aangesloten volkstuindersverenigingen, die in aanmerking willen komen voor het in gebruik nemen van de tuin van een ouder, zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing met uitzondering van het bepaalde in de artikelen 3f, 5, 6a, 6e, 7.1a, 7.2, 7.3, 9, 10 en 11.
2. Voor de in lid 1 van dit artikel bedoelde categorie vangt het kandidaatvolkstuinderschap aan als de schriftelijk aanmelding bij de Bond is ontvangen. Het tijdstip van ontvangst van de aanmelding is bepalend voor de plaats op de centrale wachtlijst.
3. De in lid 1 bedoelde kandidaatvolkstuinders worden overeenkomstig artikel 8, ad a., overgeschreven naar de verenigingswachtlijst. Indien de betrokkene door gebrek aan doorstroming na vijf jaren nog steeds op de centrale wachtlijst staat, wordt hij/zij op dat tijdstip alsnog naar de verenigingswachtlijst (is kandidaatledenlijst van de vereniging) van de betreffende vereniging overgeschreven.