wp51a6c445.png
BOUWREGLEMENT


                                                                                                      Algemeen

Artikel 1
1. Op iedere tuin dient een tuinhuisje aanwezig te zijn. Op leegstaande tuinen (zonder huisje) dient door de nieuwe huurder een (nieuw) tuinhuisje te worden geplaatst, en wel binnen een tijdsbestek van één jaar na het aanvaarden van de tuin.
Vorenstaande is eveneens van toepassing ten aanzien van een situatie waarin bij overneming van een tuin zich op die tuin een huisje bevindt welke wegens de slechte staat waarin dat huisje verkeert dient te worden afgebroken.
2. Het bouwen, verbouwen, verplaatsen of slopen van tuinhuisjes, kweekkasjes en alle andere opstallen of bouwsels op de tuin is verboden, tenzij met toestemming van het bestuur, gehoord de Bouwcontrolecommissie.
3. Alvorens met de bouw, verbouw of verplaatsing van tuinhuisjes, kweekkasjes en andere opstallen of bouwsels een aanvang mag worden gemaakt, dient het lid bij de Bouwcontrolecommissie een van de nodige maten voorziene tekening in drievoud in te die­nen, waarin van het te bouwen, verbouwen of verplaatsen object onder meer zijn weergegeven:
a. de linker- en rechterzijgevel;
b. de voor- en achtergevel;
c. de plattegrond;
d. de situatie en
e. de te gebruiken materialen.
4. In geval van een verbouwing of een verplaatsing dient tevens de bestaande toestand te worden weergegeven.
5. Na goedkeuring van de ingediende tekening ontvangt het lid een exemplaar daarvan terug, gewaarmerkt door het bestuur en de Bouwcontrolecommissie, eventueel met het bijbehorende, door het bestuur voor het lid aangevraagde bouwconsent van de gemeentelijke dienst voor Bouw- en Woningtoezicht.
6. Als de algemene voorwaarde voor de bouw van tuinhuisjes, kweekkasjes en andere opstallen op de tuinen geldt, dat deze dienen te voldoen aan de door de gemeente in deze aan de Haagse Bond of het bestuur van de verenigingen gegeven algemene voorschriften.
7. De leden zijn verplicht om tijdens de bouw de voorschriften en aanwijzingen van het Gemeentelijk Bouw- en Woningtoezicht en de Bouwcontrolecommissie of het bestuur van de vereniging, op te volgen.

Artikel 2
1. Opstallen welke op een tuin worden opgericht zonder de van het bestuur vereiste goedkeuring, zullen in opdracht van het bestuur, zonodig door derden, voor rekening van het betrokken lid worden afgebroken.
2. Indien tijdens de bouwactiviteiten blijkt dat het gebouwde niet in overeenstemming is met de goedgekeurde bouwtekening en/of de door het Gemeentelijk Bouw- en Woningtoezicht en/of de Bouwcontrolecommissie of het bestuur gegeven aanwijzingen en voorschriften niet worden opgevolgd, zal het betrokken lid door het bestuur schriftelijk worden gesommeerd het bouwsel binnen een door het bestuur te stellen termijn, alsnog in overeenstemming met de goedgekeurde tekening en/of de gegeven aanwijzingen en voorschriften te brengen.
3. Indien het lid binnen de gestelde termijn hieraan niet heeft voldaan, zal het bouwsel in opdracht van het bestuur worden afgebroken, voor rekening van het betrokken lid.
4. De ingevolge het hier voorgaande te volgen procedure dient te geschieden overeen­komstig het vermelde in artikel 25 van het huishoudelijk reglement.

Artikel 3
1. De op de tuinen op te richten opstallen moeten worden geprojecteerd in de door de gemeentelijke overheid of de Bond of de vereniging aangewezen bouwstrook, op een afstand van tenminste 1,00 m. uit de zijafscheidingen en de achter afscheiding van de tuin. Indien de tuin langs een scheisloot is gelegen dienen deze maten te worden gemeten uit de bovenkant van het talud.
2. De in lid 1 bedoelde plaats moet, onder vermelding van de afstanden uit de erfscheidingen of scheisloten, worden aangegeven op de in artikel 1 lid 3 bedoelde tekening.
3. Tuinhuisjes en kweekkasjes dienen in/op de door het bestuur aan te geven lengterichting en plaats te worden gebouwd.
4. De maaiveldhoogte van waaruit voor hoogtematen wordt gemeten, wordt vastgesteld en aangegeven door het bestuur.

Houten tuinhuisjes

Artikel 4
1. Houten tuinhuisjes moeten worden gefundeerd op betonbanden (min. 0,10 m. breed, 0,20 m. hoog) op een zandbed. De bovenzijde van de banden moet 0,10 m. boven het maaiveld liggen.
2. Indien een houten tuinhuisje op een betonplaat wordt gefundeerd, moet de dikte van de betonplaat tenminste 0,12 m. zijn met een onder- en bovennet ten genoegen van het Gemeentelijk Bouw- en Woningtoezicht. In de plaat dienen de nodige uitsparingen voor aan- en afvoerleidingen te worden aangebracht.
3. Onverminderd het bepaalde in de bouwvergunning mogen de afmetingen van de tuinhuisjes buitenwerks maximaal 4,00 m. x 5,00 m. bedragen. De nokhoogte mag maximaal 3,00 m. zijn. De dakhelling moet minimaal 15 graden bedragen. Uit- of aanbouwsels zijn niet toegestaan.
4. Het gebruik van dakpannen ten behoeve van dakbedekking is niet toegestaan.

Stenen tuinhuisjes

Artikel 5
1. Stenen tuinhuisjes moeten worden gefundeerd op een betonplaat dik 0,15 m. met vorstbalken breed 0,20 m. en hoog 0,60 m.
2. Onverminderd het bepaalde in de bouwvergunning mogen de afmetingen van de tuinhuisjes buitenwerks maximaal 4,00 m. x 5,00 m. bedragen. De nokhoogte mag maximaal 3,00 m. zijn. De dakhelling moet minimaal 15 graden bedragen. Uit- of aanbouwsels zijn niet toegestaan.
3. De tuinhuisjes moeten met of zonder spouw worden opgetrokken in halfsteensmetselwerk, in rode of gele hardgrauw of in kalkzandsteen indien de gevels worden gepleisterd.
4. Boven kozijnen breder dan 1,00 m. moeten betonlateien 0,11 m. x 0,11 m. worden aangebracht. Overspanningen kleiner dan 1,00 m. moeten met een rollaag worden afgewerkt. Raamkozijnen moeten aan de onderzijde worden afgewerkt met ijzeraarde raamdorpelstenen.
5. Bij het toepassen van binnenspouwbladen in klamp of halfsteenmetselwerk mag een achterliggende latei met wapening en ankertjes worden gestort. De dan aan de buitengevelzijde geplaatste rollaag moet met deze ankertjes vastgezet worden. De spouw moet worden geventileerd door enkele open voegen aan onder- en bovenkant.
6. De kap moet worden samengesteld uit muurplaten, gordingen en nok, vastgezet met stormankers van gegalvaniseerd bandijzer tot ongeveer 0,50 m. in het metselwerk.
7. De goot moet zijn van hout op klossen aan de muurplaat, of een bruine pvc-bakgoot, hangend in gegalvaniseerde gootbeugels op de muurplaat.
8. De kopgevels moeten worden voorzien van een boeideel op doorstekende gordingen en nok. De oversteek buiten het metselwerk moet ongeveer 0,25 m. bedragen. In de kopgevels moet onder de nok een ventilatorrooster worden aangebracht.
9. Het gebruik van dakpannen ten behoeve van dakbedekking is niet toegestaan.
10. Indien het tuinhuisje wordt gepleisterd moet het worden geschilderd in een in overleg met het bestuur te kiezen kleur, die past in het kleurschema van het betreffende blok.

Windschermen

Artikel 6
1. Windschermen moeten worden geplaatst op een fundering, aansluitend aan het tuin­huisje, waarop een borstwering van 0,50 m. hoog in halfsteensmetselwerk in dezelfde kleur steen als het tuinhuisje, of in kalkzandsteen, indien het tuinhuisje is gepleisterd. Daarboven uitsluitend glas, gevat in hout, staal of aluminium met een totale hoogte (inclusief de borstwering) van ongeveer 1,88 m. en strokend met de bovenkant van de raamkozijnen van het tuinhuisje. De maximum toegestane lengte van de windschermen bedraagt 2,00 m.
2. Bij houten tuinhuisjes mag de borstwering bestaan uit het plaatmateriaal in dezelfde kleur als het tuinhuisje, gevat in hout, staal of aluminium. Voor windschermen bij houten tuinhuisjes gelden eveneens de hiervoor in lid 1 genoemde maximum afmetingen.
3. Op hardhouten windschermen na, dienen windschermen in overleg met de Bouwcontrole-commissie te worden geschilderd in een witte of lichte kleur. Het glas mag zijn blank doorzichtig glas, kathedraal glas of kunststofglas in blanke of kathedraal uitvoering.
4. Per tuinhuisjes mogen maximaal twee windschermen worden geplaatst, welke in het verlengde van een gevel moeten staan. Windschermen moeten vast aan de gevel worden bevestigd en mogen onder geen voorwaarde overdekt worden.
5. Vlechtmatten zijn ook toegestaan, mits maximaal 1,88 m. hoog en maximaal 2,00 m. breed; in het verlengde van de gevel, vast aan het huisje, niet overdekt en niet haaks op elkaar; uitgevoerd in azobe of geïmpregneerde dennen.

Kweekkasjes

Artikel 7
1. Kweekkasjes mogen worden uitgevoerd in hout, hardhout, staal , kunststof of aluminium. De afmetingen mogen maximaal bedragen 2,OO m. x 4,00 m. met een nokhoogte (inclusief fundering) van maximaal 2,70 m.     
2. De kweekkasjes moeten worden gefundeerd op: gemetselde stenen fundering, betonfundering of betonnen voetranden en poeren, met een degelijke verankering tegen storm.
3. Op hardhouten en aluminium kweekkasjes na, moeten kweekkasjes in één kleur zijn uitgevoerd en uit gelijksoortig materiaal bestaan.

Kweekbakken (“Platte bakken”)

Artikel 8
1. Platte kweekbakken mogen alleen worden samengesteld uit betonelementen en of hout/plaatmateriaal.
2. De hoogte van de bakken mag maximaal 0,80 m. bedragen. De maximale grondmaten die zijn toegelaten zijn: 1,50 m. x 6,00 m. of 3,00 m. x 3,00 m.
3. De lijsten van de ramen mogen in een groene of bruine kleur geschilderd worden.
Tunnelkassen

Artikel 9
1. Een tunnelkas moet uit gelijksoortig materiaal bestaan.
2. Er mogen maximaal twee tunnels worden geplaatst.
3. De maximaal toelaatbare afmetingen zijn:
- totale lengte van beide tunnels tezamen: 9,00 m.
- hoogte: 0,80 m.
- breedte: 1,20 m.

Combinatie van kweekkas, kweekbak en tunnelkas

Artikel 10
Bij het gebruik van een combinatie van een kweekkas, kweekbakken en tunnelkassen dient het navolgende in acht te worden genomen:
a. 1 kweekkas + 1 kweekbak, of
b. 1 kweekkas + 2 tunnelkassen, of
c. 1 kweekbak + 2 tunnelkassen

Bergkist

Artikel 11
1. Per tuin is het hebben van één bergkist toegestaan, mits deze niet groter is dan:
a. lengte: 2,50 m.
b. diepte: 0,80 m.
c. hoogte voorzijde: 0,70 m.
d. hoogte achterzijde: 0,80 m.
2. De bergkist dient tegen het huisje te worden geplaatst.
3. Indien de kist tevens wordt benut voor de berging van gasflessen, moeten direct boven de bodem aan weerszijden, ventilatieroosters worden aangebracht.
4. Bergkisten moeten tenminste op een afstand van 0,50 m. uit de achter of zijgrens of heg staan.

Windmolens en windgeneratoren

Artikel 12
Het plaatsen van windmolens is verboden. Het bestuur is bevoegd van dit verbod ontheffing te verlenen indien en voor zover de vingerende bestemmingsplannen de plaatsing van windmolens zouden toestaan.

Verbod gebruik Polystyreen in korrelvorm

Artikel 13
Het is niet toegestaan om polystyreen (ook bekend als piepschuim, EPS, hardschuim, tempex of styropor) in korrelvorm te gebruiken als isolatie t.b.v. opstallen.
wp89935460.png