wp51a6c445.png

Windmolens
op ons tuincomplex



Artikel 12 van het bouwreglement luidt:

“Het plaatsen van windmolens is verboden. Het bestuur is bevoegd van dit verbod ontheffing te verlenen indien en voor zover de vingerende bestemmingsplannen de plaatsing van windmolens zouden toestaan”.

De gemeente Den Haag en de gemeente Leidschendam-Voorburg keurt een bouwaanvraag voor het plaatsen van een windmolen onder voorwaarden goed.
Het bestuur zal in voorkomend geval dan ook gebruik maken van haar bevoegdheid ontheffing te verlenen van het verbod om windmolens te plaatsen en wel onder de volgende voorwaarden:

“Onverminderd het in de vergunning bepaalde, dient ter bevordering van de veiligheid en het voorkomen van overlast op het complex de volgende regels in acht te worden genomen:

1. Het maximaal aantal windmolens dat wordt toegelaten op het tuincomplex bedraagt 16, waarbij een sleutel van evenredige verdeling over het complex zal worden toegepast.

2. Leden die voornemens zijn om een windmolen aan te schaffen dienen het bestuur hiervan in kennis te stellen.

3. Uitsluitend windmolens van een geluidarm type met een maximaal vermogen van 600 watt en een rotorbladlengte van maximaal 60 cm. mogen worden geïnstalleerd.

4. Een kopie van de verkregen bouwvergunning dient in het bezit te worden gesteld van de Bouwcontrolecommissie.
5. Een kopie van de veiligheids- en installatievoorschriften van de leverancier / fabrikant van de windmolen dient eveneens in het bezit te worden gesteld van de Bouwcontrolecommissie.

6. De te plaatsen windmolen en bijhorend apparatuur dienen aantoonbaar te voldoen aan de van toepassing zijnde NEN-, EN-, EG- en/of CE normen.

7. De mast waarop de windmolen wordt geplaatst mag niet hoger zijn dan 400 cm. en dient te voldoen aan de eisen / voorschriften zoals deze door de leverancier / fabrikant zijn aanbevolen / voorgeschreven.

8. De mast dient stevig in de grond te zijn verankerd en met staalkabels degelijk te zijn getuit en/of stevig aan een opstal te zijn bevestigd.

9. De plaats waar de mast wordt opgesteld dient te worden goedgekeurd door het bestuur.  

10. Het instaleren van de elektrotechnische-, de mechanische- en de bouwkundige  onderdelen van het geheel dient conform de voorschriften van de leverancier / fabrikant te worden uitgevoerd door een “Voldoend Onderricht Persoon” (VOP) zoals bedoeld in  NEN 3140.

11. De opgewekte stroom dient in accu(s) te worden opgeslagen. De accu(s) dienen, i.v.m. explosiegevaar, in een goed geventileerde ruimte bovengronds te staan opgesteld. Dit geldt niet voor de zgn. gesloten / gel-accu’s.

12. De gehele installatie, inclusief de verankering, dient periodiek, doch tenminste 1 x per jaar, te worden geïnspecteerd door een Voldoende Onderricht Persoon (VOP). Van de bevindingen van de inspecties dient een schriftelijke rapportage te worden opgesteld en desgevraagd aan het bestuur te worden getoond.

13. Indien tijdens gebruik de rotorbladen worden geraakt door (b.v. rondvliegende) voorwerpen dient de installatie direct buiten gebruik te worden genomen en te worden geïnspecteerd op eventuele beschadigingen.”





VTV “Mariahoeve”
Isabellaland hoek Margarethaland
Den Haag
Correspondentieadres:
Postbus 91411 2509 EA Den Haag
www.vtvmariahoeve.nl









Volkstuindersvereniging
“Mariahoeve”




Windmolens op
ons tuincomplex








Uitgave: januari 2011












GWAB